Warme donsjes (verhaal)


Verhalen / dinsdag, mei 22nd, 2018

Er was eens een gelukkig gezinnetje met een vader en moeder en twee kinderen. Ze hadden het heel fijn met elkaar en met hun vrienden.  Om te begrijpen hoe gelukkig ze waren, moet je eerst meer weten over de tijd waarin ze leefden. Het was toen zo dat dat iedereen bij zijn geboorte een klein zacht tasje kreeg vol met Warme Donsjes. Hoeveel Warme Donsjes in dat tasje zaten wist niemand, want het waren er ontelbaar. Iedere keer dat iemand zijn hand in dat tasje stopte, kon hij er een Warm Donsje uit pakken. De Warme Donsjes waren erg gewild, want steeds wanneer iemand een Warm Donsje kreeg, voelde hij zich van binnen helemaal warm en donzig worden. Het was heel belangrijk om Warme Donsjes te krijgen. Mensen die niet regelmatig een Warm Donsje kregen, werden ziek en konden zelfs dood gaan.

In die dagen was het heel gemakkelijk om Warme Donsjes te krijgen. Als iemand er behoefte aan had, kon hij naar een ander gaan en vragen: “Zou ik van jou een Warm Donsje mogen?” Dan stak die ander zijn hand in zijn tasje en hoefde er alleen maar een Donsje ter grootte van een meisjeshand uit te halen. Zodra het Donsje het daglicht zag, begon het te groeien en werd het een groot pluizig Warm Donsje. Je kon het dan op iemands hoofd, schouder of schoot leggen, waarna het Donsje samensmolt met zijn huid en die persoon zich heerlijk voelde in zijn hele lijf. Mensen vroegen elkaar de hele tijd om Warme Donsjes en omdat iedereen ze voor niks weggaf, was er voor iedereen genoeg. En omdat er zoveel uitgedeeld werden, voelde iedereen zich bijna altijd warm en donzig.

Angst zaaien

Op een dag had een boze heks er genoeg van. Iedereen was zo gelukkig dat niemand meer haar drankjes en zalfjes kocht. De heks bedacht een gemeen plannetje. Om een mooie ochtend ging de heks naar de vader, terwijl de moeder met haar dochter speelde, en fluisterde in zijn oor: “Man, kijk eens hoeveel Donsjes je vrouw aan je dochter geeft. Als ze daar mee door blijft gaan, blijft er straks niets meer voor jou over.” De man stond paf. Hij draaide zich om naar de heks en zei: “Bedoel je dat als we onze hand in het tasje stoppen er niet telkens weer een nieuw Donsje bij komt?” En de heks zei: “Nee, zeer zeker niet. En als je eenmaal niets meer hebt, dan is het voorbij.” Met deze woorden vloog de heks gemeen lachend op haar bezemsteel weg.

De man knoopte dit in zijn oren en hield goed in de gaten wanneer zijn vrouw een Warm Donsje aan iemand anders gaf. Hij werd steeds bezorgder en uiteindelijk kreeg hij het te kwaad. Hij hield erg van de Warme Donsjes van zijn vrouw en hij wilde ze niet kwijtraken. Hij was er van overtuigd dat het niet oké was dat zijn vrouw al haar Warme Donsjes aan anderen gaf. Telkens wanneer hij zijn vrouw een Warm Donsje aan iemand anders zag geven, beklaagde hij zich erover. En omdat zijn vrouw van hem hield, ging ze veel minder vaak Warme Donsjes aan anderen geven en bewaarde ze de Donsjes voor hem.

De kinderen hadden dit als snel in de gaten en kregen zo het idee dat het verkeerd was om zomaar Warme Donsjes uit te delen. Ook zij werden behoedzaam. Ze hielden hun ouders nauwlettend in de gaten en telkens als ze het idee hadden dat een van hun ouders teveel Donsjes aan anderen gaf, gingen ook zij zich beklagen. En als ze zelf te veel Warme Donsjes uitdeelden, gingen ze zich ook zorgen maken. En ook al vonden ze elke keer dat ze in hun tasje grepen een Warm Donsje, toch pakten ze er steeds minder vaak een en ze voelden zich meer en meer geprikkeld.

Het duurde niet lang voor de mensen merkten dat er een tekort was aan Warme Donsjes en dat ze zich steeds minder warm en donzig voelden. Ze begonnen ziek te worden en soms stierven er mensen door een gebrek aan Warme Donsjes. Steeds meer mensen gingen naar de heks om haar drankjes en zalfjes te kopen, zelfs als deze niet bleken te werken. De hele situatie werd nu wel ernstig. De slechte heks had dit allemaal aan zitten kijken en wilde niet dat de mensen doodgingen (dode mensen kopen immers geen drankjes en zalfjes). Dus maakte ze een nieuw plan.

Beter iets dan niets

Iedereen kreeg van de heks een tas die erg op het Donstasje leek, behalve dat dit tasje koud was in plaats van warm. In deze tas zaten Koude Stekels. Deze Koude Stekels lieten mensen zich niet warm en donzig voelen, maar juist koud en stekelig. Toch was het nog steeds beter dan niets. En de Koude Stekels voorkwamen in ieder geval dat de mensen zo ernstig ziek werden dat ze zouden overlijden. Dus vanaf toen kon iemand die bezorgd was om zijn voorraad Warme Donsjes zeggen: “Ik kan je geen Warm Donsje geven, maar als je wilt kan ik je wel een Koud Stekeltje geven.”

Soms gebeurde het dat twee mensen elkaar een Warm Donsje wilde geven, maar dat ze op het laatst toch ineens bang werden voor hun voorraad Warme Donsjes en dus in plaats daarvan elkaar maar een Koude Stekel gaven. Het gevolg was dat er nog maar heel weinig mensen dood gingen, maar dat er heel veel ongelukkige mensen overbleven. En de situatie werd nog slechter. De Warme Donsjes die ooit in overvloed aanwezig waren, werden uiterst kostbaar. Mensen deden er van alles voor om er toch nog een te krijgen.

Voordat de heks was gekomen, maakte niemand zich druk over aan wie Warme Donsjes werden uitgedeeld. Na de komst van de heks gaven mensen echter alleen nog Donsjes aan hun partner of kinderen. Degenen die per ongeluk toch zomaar een Donsje aan een ander gaven, voelden zich meteen schuldig, want dit betekende dat hun partner een Donsje minder zou krijgen. Mensen die geen partner konden vinden, moesten Warme Donsjes kopen en daarom lang en hard werken om genoeg geld te verdienen.

Verborgen boodschap

Sommigen hadden geluk. Omdat ze op de een of andere manier heel populair waren, kregen ze zomaar een heleboel Warme Donsjes zónder dat ze iets terug hoefden te geven. Wat er ook gebeurde was dat mensen Koude Stekels uit hun tasje pakten, deze wit schilderden en bekleedden met zachte pluisjes en ze vervolgens uitdeelden als Warme Donsjes. Deze namaak Warme Donsjes veroorzaakten nog meer moeilijkheden. Als twee mensen een nep Warm Donsje aan elkaar gaven verwachtten ze dat ze zich heel goed zouden voelen, maar ze voelden zich daarna juist heel erg slecht. De mensen raakten helemaal in de war, want ze wisten niet dat ze namaak Warme Donsjes hadden gekregen in plaats van echte, dus ze snapten niet waar die koude stekelige gevoelens vandaan kwamen.

De situatie was behoorlijk troosteloos en dat kwam allemaal door de komst van die heks die iedereen deed geloven dat er op een dag geen Warme Donsjes meer in hun tasjes zouden zitten.

Er is nog hoop

Maar toen, nog niet zo lang geleden, kwam er een vrolijke jonge vrouw naar dit ongelukkige land. Ze had nog nooit van de slechte heks gehoord en was dan ook niet bang dat de Warme Donsjes op zouden kunnen raken. Ze deelde volop Warme Donsjes uit, zelfs als het haar niet eens werd gevraagd. Dit werd haar niet door iedereen in dank afgenomen. Ze gaf de kinderen namelijk het voorbeeld zomaar Warme Donsjes weg te geven, zonder angst dat ze ooit op zouden raken. De kinderen waren echter dol op deze vrouw, omdat ze zich zo goed voelden in haar buurt. En ook zij begonnen Warme Donsjes uit te delen wanneer ze daar maar zin in hadden.

De volwassenen maakten zich grote zorgen en besloten een wet op te stellen om te voorkomen dat hun kinderen nog Warme Donsjes zouden verspillen. De wet verbood om zonder toestemming Warme Donsjes uit te delen. Maar de kinderen trokken zich er niets van aan. Ondanks deze nieuwe wet gingen ze door met het uitdelen van Warme Donsjes waar en wanneer ze maar wilden en altijd als er om gevraagd werd. En omdat er zoveel kinderen waren – bijna net zoveel als volwassenen – leek het erop dat de kinderen wel eens zouden kunnen gaan winnen.

Op dit moment is het nog moeilijk te zeggen wat er gaat gebeuren. Zullen de volwassenen met hun wet de onvoorzichtigheid van de kinderen kunnen stoppen? Zullen ze besluiten het voorbeeld van de jonge vrouw en de kinderen te volgen en erop vertrouwen dat er altijd Warme Donsjes in overvloed zullen zijn? Zullen ze zich de tijd herinneren dat er Warme Donsjes in overvloed waren, omdát iedereen ze vrij uitdeelde?

Dit verhaal is een vrije vertaling van het oorspronkelijke verhaal “The Original Warm Fuzzy Tale” van Claude M. Steiner en tevens gepubliceerd in het boek “Scripts People Live” over transactionele analyse.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *