Help! Ik kom om in m’n spullen


Vrij zijn / dinsdag, augustus 15th, 2017

Nog geen jaar geleden stond mijn huis vol met spullen. En vooral de zolder was niet zonder gevaar voor eigen leven te betreden. We hebben een grote zolder, die alleen voor opslag wordt gebruikt. Handig! Alleen werd deze door de jaren heen voller en voller en voller. Dozen met kinderkleding, speelgoed, kampeerspullen, boeken, studiemateriaal, dozen met spullen uit mijn kindertijd, tassen, seizoensgebonden artikelen, … (zal ik nog even doorgaan?). Ik zag door de spullen m’n zolder niet meer. En, ik had er last van. En ik ben niet de enige die last heeft van te veel spullen in huis.

Stuffocation – oftewel stik d’r in

Het is een groeiend fenomeen: stuffocation, oftewel ‘omkomen in je spullen’. Steeds meer huizen slibben dicht. Bij sommigen is dit zelfs zo erg, dat ze extra opslagruimte moeten huren. Op zich niet zo vreemd, want we wonen in een kapitalistische maatschappij, waarbij we houden van consumeren, omdat we materialistische waarden aanhangen. “Meer is beter” is ons met de paplepel ingegoten. Spullen zijn belangrijk. Ze geven aan wie je bent, en op welke tree van de maatschappelijke ladder je staat. Dure auto, Rolex horloge, merkkleding, nieuwste Iphone; we pronken er graag mee om aan anderen te laten zien hoe goed het met ons gaat.

Alles om ons heen ademt ‘consumeren’. Reclames, social media, de uitverkoop (is die er ook wel eens níet?) wakkeren het gevoel aan dat je dat ene item móet hebben. En wij laten ons verleiden en verantwoorden onze aankopen met gedachtes als: Dit is pas echt handig! Het was in de aanbieding, dus het kostte bijna niks. Oh, maar deze staat zo leuk bij die 10 andere … die ik al heb. Dít gaat mijn leven echt aangenamer maken. Leuk, leuk, leuk, en ik kan het betalen. Vervolgens worden we na onze aankoop ook nog eens beloond met gelukzalig makende gevoelens, door de endorfines die we aanmaken. Daarom hebben we vaak zin om iets te kopen, als we niet lekker in ons vel zitten. We willen dat geluk weer even voelen.

Niemand gelooft écht dat geluk direct verband houdt met het aantal dingen dat we bezitten. Toch leven we er bijna allemaal naar.

Spullen zijn als een zak chips

Maar het blijkt (en diep van binnen weet je dat ook wel) dat we helemaal niet gelukkig worden van spullen. Het geluksgevoel dat spullen ons geven is net zoiets als een hele zak chips in een keer leeg eten. Op het moment zelf is het lekker, maar daarna beleef je er geen plezier meer aan. Daarnaast zorgen teveel spullen ook nog eens voor stress; je raakt gefrustreerd omdat je dingen niet kunt vinden, omdat er chaos om je heen is, omdat al die spullen je aandacht trekken en om actie vragen (gebruiken: ja of nee; opruimen: ja of nee; wegdoen: ja of nee). Spullen maken niet alleen je huis, maar ook je hoofd vol.

Inmiddels is mijn zolder rigoureus opgeruimd, of eigenlijk moet ik zeggen ‘ontspuld’. Het kost tijd en ik ben er nog niet, maar de rust en ruimte die ik in zowel mijn huis als mijn hoofd ervaar, maakt dat ik door blijf gaan tot ik voel dat het goed is. En het mooie is, dat er ook ruimte ontstaat voor het ontdekken van waar ik mijn energie wél in wil steken. Want minder spullen geven niet alleen ruimte in huis, maar ook ruimte in je hoofd en in je hart. De dingen die je écht belangrijk vindt, komen steeds duidelijker naar voren. En dat smaakt naar meer!

Deel dit:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *