Mijn eerste ervaring met minimaliseren


Vrij zijn / woensdag, april 5th, 2017

Het is inmiddels alweer zeker drie maanden geleden dat ik op het pad van minimaliseren kwam. Vol goede moed begon ik met het uitruimen van m’n kledingkast, met boeken, papieren, decoratie, schoonmaakmiddelen en nog veel meer spullen. Maar als je veel spullen hebt, kost minimaliseren nou eenmaal tijd. Dus nee, ik ben nog lang niet klaar, maar ik ben zeker op de goede weg. Dit zijn mijn 4 ervaringen tot nu toe.

1. Minimaliseren is verslavend

Ik kan je haast niet uitleggen wat een heerlijk gevoel het geeft om spullen weg te doen. Waarschijnlijk is minimaliseren daarom ook zo ontzettend verslavend. Pas als de spullen weg zijn realiseer ik me hoeveel ruimte (zowel fysiek als mentaal) ze innamen. De ruimte die ontstaat na het opruimen (nee, niet alleen verplaatsen, maar ook echt wegdoen) werkt bevrijdend. Het is alsof er een soort mist optrekt en ik steeds duidelijk zie wat ik wel belangrijk vind. Ik wil meer minimaliseren!

2. Minimaliseren kost tijd

Ik ben niet zomaar in een dag door al mijn spullen in huis heen. En hoe meer ik minimaliseer, hoe beter overzicht ik krijg van wat ik allemaal bezit, hoe helderder het wordt wat ik nog wil houden. Dus waar spulletjes bij de eerste schifting nog overbleven (twijfelgevallen), moeten ze alsnog het veld ruimen in de volgende ronde.

Bij mij gaat het minimaliseren dus blijkbaar in meerdere rondes. Bijvoorbeeld met mijn kledingkast. Na het lezen van het boek Opgeruimd! van Marie Kondo heb ik flink huisgehouden in mijn kledingkast. Tjee, wat hing er veel in de kast waar ik me niet meer goed bij voelde en dus nooit aantrok. Ik heb een paar (!!!) vuilniszakken uit m’n kast gehaald (en nooit spijt gehad). Nu is echter het lente-seizoen aangebroken en wissel ik de garderobe in m’n kast (winterspullen in een doos naar zolder en de lente- en zomerkleding ervoor terug).

En weer ga ik door alle kleding heen. Om met zo weinig mogelijk kleding de lente en zomer door te komen, gebruik ik het principe van de capsule wardrobe. En in plaats van domweg weer te kopen wat ik leuk vind, bestudeer ik nu eerst wat ik heb, wat er bij elkaar past en waar de hiaten zitten. Zo kan ik gericht op zoek naar wat ik echt nodig heb. En dit doe ik ook voor alle drie de kinderen. Daar gaan dus heel wat uurtjes in zitten.

En heb ik uiteindelijk besloten wat er weg kan, dan is het niet ineens verdwenen. Ik moet ook weer besluiten wat ik met die spullen ga doen. Kan ik het nog verkopen, geef ik het weg, moet het naar de stort? Dus rommel blijft soms helaas nog een tijdje in m’n huis.

Mocht je dus willen beginnen met minimaliseren, houd er dan rekening mee dat je hier wel een tijd mee bezig bent. Maar, omdat het zo verslavend werkt, is dat geen probleem!

3. Minimaliseren confronteert je met jezelf

Doordat ik alle spullen door m’n handen laat gaan, confronteren deze spullen mij ook met mezelf. Wat moet ik met al deze spullen? Waarom heb ik dit eigenlijk gekocht? Vind ik dat ik mijn geld hier aan uit moet geven?  Waarom bewaar ik dit eigenlijk? Heeft dit nog nut voor mij? Wat is de functie van spullen die staan te verstoffen op zolder? Wat vind ik eigenlijk belangrijk? Ja, ik merk dat ik me veel meer afvraag wat ik nou eigenlijk wil met m’n leven (best een grote vraag eigenlijk). Spullen leiden af van zaken die er echt toe doen, dus hoe minder spullen, hoe meer belangrijke zaken op de voorgrond treden.

4. Minimaliseren geeft tijd en rust

Hè, eerder zei je dat minimaliseren tijd kost! Klopt, het minimaliseerproces kost wel veel tijd, maar op vlakken waar ik al geminimaliseerd heb, bespaart het me tijd (die ik vervolgens aan belangrijkere zaken kan besteden). Minder troep, betekent dat er ook sneller opgeruimd is. Schoonmaken (niet m’n hobby) is echt veel fijner om te doen in een opgeruimd huis, waarin alleen spullen staan die ik belangrijk vind en die ik dus graag onderhoud. Daarnaast geeft het RUST in m’n hoofd. Echt, spullen vragen aandacht, vragen om beslissingen, roepen emoties op. Minder spullen geven niet alleen ruimte in m’n huis, maar ook in m’n hoofd.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *